Plop, daar heb je weer zo’n stelselwijziging!

Het Regeerakkoord voor de komende periode spreekt opnieuw ferme taal over de jeugdzorg. Het is te complex geworden. Teveel regels en teveel incidenten.

Daar is geen speld tussen te krijgen. Het is evident dat er veel instanties en regulering in de jeugdzorg actief is. Stelselwijziging op stelselwijziging is in de afgelopen decennia gepasseerd. Minister Rouvoet stelde de Centra voor Jeugd en Gezin nota bene in om in die wirwar nog de bomen door het bos te kunnen zien. Zowel voor de client als voor de hulpverlener. Alhoewel ik me sterk afvraag of die Centra voor Jeugd en Gezin niet ordinair een vierde bestuurslaag worden was dit wel de juiste koers om te gaan. Je kunt immers stelselwijziging op stelselwijziging doorvoeren, zoals dat in veel zorgsectoren gebeurt, maar je moet oppassen dat je daar de zorgprofessionals niet mee demotiveert en de cliënt weinig helpt.

Het is er vaker nog ingewikkelder en nog bureaucratischer op geworden. Stelselwijzigingen zijn vooral voer voor ambtenaren en adviesbureaus, die overigens door dit kabinet niet echt gewenst worden. De Centra voor Jeugd en Gezin waren bedoeld om een plek te zijn waar al de regelingen bij elkaar komen die voor een cliënt van belang zijn. In het loket zou de cliënt (en zijn omgeving) op passende wijze geholpen moeten worden. Die gedachte is zo gek nog niet, omdat het nu eenmaal complex in elkaar zit. Een probleemjongere heeft al snel te maken met zorgregelingen, onderwijsvoorzieningen, justitiële procedures en mogelijke strafrechtelijke consequenties.

De regelingen stapelen zich snel op, en daar kan ook een nieuwe stelselwijziging vrij weinig aan veranderen. Je krijgt dat nooit heel soepeltjes in 1 goed lopend systeem gepropt. Maar belangrijker nog dan zo’n plek om die regelingen af te stemmen is te investeren in de mensen die uiteindelijk met de jeugd moeten werken, terecht moeten wijzen of moeten begeleiden. Dat vraagt om het verbeteren van de opleidingen voor jeugdzorgwerkers. Daar is het Actieplan Professionalisering Jeugdzorg belangrijk bij geweest.

Met veel enthousiasme zijn werkgevers, hulpverleners, onderwijsinstellingen en cliënten uit alle betrokken sectoren met elkaar aan de slag gegaan om dat te doen. Men kwam erachter dat in de zorgopleidingen nauwelijks aandacht bestond voor justitiële problemen rond jongeren en dat dit bij de opleidingen voor maatschappelijk werker het geval was voor wat  betreft culturele verschillen onder jongeren. Er zijn nu uitstroomprofielen met bijbehorende competenties gekomen waar werkers in de jeugdzorg aan moeten voldoen, ongeacht welke opleiding ze precies volgen. Dat geeft hen houvast en een professionele identiteit. Er waren daarnaast nauwelijks leer- en werkstages, terugkomdagen op scholen en te weinig professionele begeleiding bij jonge medewerkers in probleemgezinnen. Dat is de laatste jaren sterk veranderd. Daarnaast is via onderzoek (o.a. Zon-Mw en Nationaal Jeugd Instituut) geïnvesteerd in de ontwikkeling van effectieve instrumenten, bijvoorbeeld voor vroegsignalering van problemen op scholen.

Kortom, er is ook in de wereld achter de CJG’s aan verbeteringen gewerkt. De politiek heeft echter de neiging alle aandacht te schenken aan de voorkant: de wachtlijsten en de incidenten. Minister Rouvoet had in de gaten dat je die problemen beter kunt aanpakken door te professionaliseren. Het nieuwe kabinet gaat helaas weer op z’n retour richting de volgende stelselwijziging.

Read full storyComments { 1 }

Mark, luister naar Neelie!

Het kan niet toevallig zijn. Mijn nieuwe uitdaging is het schrijven van columns voor Erasmus Magazine, het blad van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Mijn eerste column schrijf ik over Neelie Kroes die onlangs ons academisch jaar opende. Haar komst  bracht mij in gedachten terug bij mijn eigen studietijd. Faculteitsvereniging Cedo Nulli organiseerde bedrijvendagen in Hotel Engels voor studenten Bestuurskunde. De toenmalige president van Nijenrode, Neelie (toen nog Smit) Kroes, hield de keynote speech. In de zaal wachtte ik vol bewondering de pinnige taal van Neelie af. Die bewondering sloeg om in angst, omdat ze nogal van leer trok. Waarom zou je in hemelsnaam Bestuurskunde gaan studeren? Dat was haar prikkelende beginvraag.

Aangezien ik toch al niet zo zeker van mijn zaak was dat ik daar de rest van mijn arbeidszame bestaan voldoende levensvreugde aan zou ontlenen zat ik gedesillusioneerd op het puntje van mijn stoel. Dat was precies haar bedoeling. Ze hekelde studenten die maar een opleiding kozen ‘om te studeren, werk te vinden en te denken dat geld en geluk dan hun kant op zouden komen’ (citaat van Neelie). In niet mis te verstane bewoordingen vertelde ze ons dat we niets waard waren als we alleen die opleiding volgden. Werkgevers kijken naar onderscheid, naar passie en mensen die verschil maken. We moesten ons onderscheiden door niet ‘gewoon’ een opleiding te volgen met een paar honderd medestudenten.

Haar oproep was verschil te maken door een extra bestuursfunctie, een tweede master, een student-assistentschap of een andere echt interessante bijbaan. Zonder dat konden we het wel vergeten volgens haar. Ze sloot vervolgens alsnog verrassend af met de boodschap dat Bestuurskunde ‘dus’ een heel goede keuze was en dat de publieke sector wel wat mensen met ambitie en passie kon gebruiken. Enigszins verward durfde ik haar aan te spreken bij de borrel. Ze vroeg me naar mijn interesse en wat ik wilde met de opleiding. Vol passie stond ik haar ineens te vertellen over mijn fascinatie voor de gezondheidszorg en dat het beleid en bestuur in die sector een stuk verbeterd konden worden. Haar strenge glimlach en gebruinde, trillende bovenlip zonden naar mij de boodschap uit dat ik die fascinatie en ambitie achterna moest gaan en met mijn opleiding Bestuurskunde het verschil moest proberen te maken.

Mijn hoop was dat ze diezelfde truc opnieuw zou uithalen bij de opening van het academisch jaar 2010. En dat deed ze met dezelfde felheid. Wat zou er toch gebeurd zijn als ze van Mark Rutte de ruimte had gekregen om datzelfde op het Binnenhof te doen?

Read full storyComments { 1 }

Vrouwennetwerk Noord Nederland. Politiek met beide benen in de samenleving

Afgelopen weekend was ik samen met Maria Scali te gast bij het PvdA vrouwennetwerk Noord Nederland. Een goede opkomst met gemotiveerde partijgenoten. Vrouwen met een gevarieerde achtergrond in managementfuncties, uit de zorgverlening, de politiek en het bedrijfsleven. Of wij nu in de Kamer spreken over de zorg, of het onderwijs, of over het bevorderen van ondernemerschap, deze vrouwen kennen de praktijk. Terecht maken ze zich boos over de stagnerende emancipatie van vrouwen. Je hoeft maar naar het bordes te kijken van Paleis Noordeinde, en je ziet er gelukkig de Koningin in het rood. Ik vind het zelf eigenlijk vreselijk dat we de om-en-om regeling voor vrouwen en mannen op onze lijsten hebben binnen de PvdA, maar de huidige situatie in het Kabinet laat maar weer zien hoe nodig dat is. Gelukkig bestaan onze kamerfracties uit evenveel goede mannen als vrouwen. Niet als excuus, maar omdat ze er zijn. In Groningen had ik wel een hele Kamerfractie kunnen vullen met goede vrouwen. Ik verwacht veel van hun inbreng.

Binnenkort ga ik er nog een keertje spreken over de WMO, want hoe maak je nu creatieve en slimme combinaties van werk, zorg en welzijn? Een avond met elkaar  discussiëren daarover gaat veel opleveren. Daar ben ik zeker van. Mijn  stelling is dat wij als Kamerleden veel meer gebruik moeten maken van de  kennis die er in de achterban aanwezig is. Dat deze vrouwen zich  organiseren maakt het mogelijk dat zij ons ook bestoken. Dat moet een wisselwerking zijn. Ik zou mezelf in de komende periode schuldig moeten voelen als ik ‘Groningen’ niet zou hebben geraadpleegd bij belangrijke onderwerpen die in de Kamer aan de orde zijn. Maar eerlijk gezegd, zover zullen deze vrouwen het volgens mij niet laten komen.

Zie voor een verslag van deze bijeenkomst ook de website van Bianca Kaatee, raadslid PvdA in Leek.

Read full storyComments { 1 }

Kabinet Rutte? Reality check door Eerste Kamer!

Dinsdag en woensdag vond het debat over de regeringsverklaring van het kabinet Rutte plaats. Meer dan ooit is het nodig dat in de Eerste Kamer wetsvoorstellen worden getoetst op rechtmatigheid en uitvoerbaarheid; een reality check dus. Mag het en kan het? Dat zijn de vragen die de Eerste Kamer stelt, de komende jaren is dat belangrijker dan ooit.

De “ferme wil” van de heren Rutte, Verhagen en Wilders heeft inmiddels geleid tot wollige teksten en hier en daar ook ferme taal. Maar CDA-Tweede-Kamerlid Koppejan zou wel eens gelijk kunnen hebben: er lijken ook ‘dode mussen’ in het nieuw regeerakkoord te nestelen. Plannen die niet anders zijn dan bevestigingen van bestaand beleid. En plannen waarvan zeer de vraag is of zij mogen en kunnen worden uitgevoerd. Het kabinet zegt bijvoorbeeld te investeren in handen aan het bed in de ouderenzorg. Maar diezelfde zorg wordt minder bereikbaar voor ouderen via kortingen op de zorgtoeslag en stijgende zorgpremies. Gemeenten worden minder dan verwacht gekort op uitkeringen vanuit het Gemeentefonds. Maar de tekorten komen wel degelijk bij hen terecht door het afschaffen en korten van kindregelingen, kinderopvang, jeugdzorg, bijstandsuitkeringen en passend onderwijs.

Zo er voorstellen met steun van de Tweede Kamer het Binnenhof oversteken, zullen zij in de Eerste Kamer warm doch kritisch worden ontvangen. De senaat moet beoordelen of de ronkende taal in het regeerakkoord ook leidt tot ronkende wetgeving. En of die dan ook ronkend ten uitvoer kan worden gelegd. Het kan zijn dat zelfs symboolpolitiek een meerderheid krijgt in de Tweede Kamer, het kabinet hoort in de Eerste Kamer niet weg te komen met onrechtmatige of onuitvoerbare wetgeving. Overigens, bij overbodige regels voor de bühne zal de coalitie moeten worden gehouden aan de eigen ambitie van deregulering en terugdringing van administratieve lasten.

De rol van de Eerste Kamer wordt belangrijker dan ooit om te beoordelen of de vliegers opgaan of inderdaad dode mussen blijken te zijn. De Kamer voor de Reality Check moet zich daarbij niet laten afleiden door stoere taal. Als het kabinet komt met onrechtmatige of onuitvoerbare maatregelen, moet de Eerste Kamer gebruik maken van het vetorecht.

Trekt de Eerste Kamer hiermee een te grote broek aan? Nee, we doen wat we moeten doen. Gaat de Eerste Kamer zitten op de stoel van de Tweede Kamer, die in onze parlementaire traditie het primaat heeft? Nee, we hebben een eigen rol. Wordt de Eerste Kamer hiermee politieker? Wellicht, dat hangt af van de definitie van politiek. Eerste Kamerleden hebben een eigen rol te vervullen in de parlementaire democratie. Het zijn politici die moeten samenwerken met mensen in het land en met lokale, provinciale en landelijk collega’s. Om te komen tot een ferme Reality Check en vooral tot een ferme, dus goede en uitvoerbare politiek, die zorgt voor een betere en eerlijke realiteit voor mensen.

Read full storyComments { 1 }

Vandaag in Trouw: De ouderenzorg is nog lang niet gered

Vandaag stond er in Trouw een opiniestuk van mijn hand. Ik heb het hieronder overgenomen, laat me weten wat je er van vindt!

De ouderenzorg is niet ‘gered’

De regering wil, zoals eerdere kabinetten, de behoefte van ouderen centraal stellen en de zorgkwaliteit verbeteren. Volgens Johan Polder en Marco Varkevisser (Trouw 22 oktober 2010) is de kans klein dat dit lukt. Het kabinet investeert in meer handen aan het bed, maar de vele organisaties die zich met de ouderen bezig houden werken teveel langs elkaar heen. Hun financiering komt uit verschillende potjes, waardoor ouderen tegen bureaucratie op blijven lopen. De ‘all inclusive zorpolis’ die Polder en Varkevisser voorstellen lost dit echter ook onvoldoende op, aldus Kim Putters.

Het ouderenzorgbeleid moet beter doordacht worden. Het moet langs de meetlat van de Grondwettelijke overheidstaak gelegd worden om de kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van de zorg te borgen.

1. De kwaliteit van de zorg. Voor ouderen is niet alleen het verpleeg- of verzorgingshuis belangrijk voor goede zorg, maar ook het ziekenhuis, de huisarts en de wijkverpleegkundige. Zij moeten op ziekenhuizen terug kunnen vallen als er meer specialistische zorg nodig is. Het kabinet zet voluit in op marktwerking en ziekenhuizen gaan winst maken. Massaproductie van bijvoorbeeld heup- en oogoperaties is interessant voor investeerders, want het levert snel rendement op. Het leidt tot goede specialistische centra, maar niet tot beter afgestemde zorg waarbij er tijdens en na het ziekenhuisbezoek ook aandacht is voor dagelijkse dingen, zoals het helpen bij het douchen, het aantrekken van steunkousen en de huishoudelijke verzorging. Dat kost tijd, geld en veel samenwerking, maar levert geen winst op. Als je bovendien samenwerkt dan komt de Nma om de hoek dat het kartelvorming is en dus oneerlijke concurrentie. Voor goede ouderenzorg is meer samenwerking echter noodzakelijk.

2. De toegankelijkheid van de zorg. Als winst maken doorslaggevend wordt voor de keuze welke zorg dichtbij mensen wordt aangeboden, dan zijn vervolgens ook de ‘onrendabele lijnen’ het kind van de rekening. Dat zijn de behandelingen die minder vaak worden uitgevoerd of te duur zijn omdat het slechts een kleinere groep patiënten betreft. Voor ouderen die lang zelfstandig thuis willen blijven wonen is dit nadelig, omdat ze niet altijd kunnen terugvallen op specialistische zorg op momenten dat dit nodig is. Als we daar bovenop de aangekondigde korting op de zorgtoeslag en verhoging van de zorgpremie en eigen bijdragen meetellen dan wordt de ouderenzorg per saldo duurder en slechter bereikbaar.

3. De doelmatigheid van de zorg. Goede afstemming voorkomt verspilling van geld en tijd door verkeerde onderzoeken en behandelingen. Samenwerking wordt echter, zoals gezegd, niet beloond. Daar bovenop kondigt het kabinet bovendien een nieuwe toezichthouder aan die de minimale financiële buffers bij zorginstellingen zal beoordelen opdat er op een verantwoorde wijze winst wordt uitgekeerd en ook aan kwaliteitseisen wordt voldaan. De nadruk ligt nog meer op de instelling in plaats van op de samenwerking in de zorgketen. Hulpverleners zijn daardoor nog meer tijd kwijt met verantwoording naar financiers en toezichthouders, in plaats van aan de cliënt of patiënt. Dat is ondoelmatig.

Kortom, het kabinet investeert in handen aan het bed, maar past het systeem niet aan. De ‘all inclusive zorgpolis’ kan helpen, maar is niet voldoende. Als de nadruk ligt op het maken van rendement en op concurrentie tussen zorginstellingen dan wordt samenwerking in de ouderenzorg tegengewerkt. Als de toezichtbureaucratie onverminderd uitdijt blijven zorgprofessionals meer tijd besteden aan registraties dan aan patiënten en cliënten. Dat verbetert de kwaliteit van zorg niet. Als ouderen zelf minder mogelijkheden hebben om de zorg te betalen dan is dat ook niet cliëntgericht. De aantrekkelijkheid van de zorgsector voor de 12.000 nieuw te vinden medewerkers is er al evenmin mee geholpen.

Dit kan voorkomen worden als het Parlement, waar nu meerderheden gezocht en gevonden moeten worden, zijn Grondwettelijke opdracht serieus neemt om het totaalpakket aan maatregelen in de zorg te toetsen op de gevolgen voor kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid. Een eerste toetsing maakt duidelijk dat de oudere er niets mee opschiet als de extra handen aan het bed een schaamlap zijn voor de verschraling van de ouderenzorg.

Read full storyComments { 3 }

Solidariteit, uit de tijd? Integendeel, daar gaan de verkiezingen in maart over!

De afgelopen week ben ik op veel plekken in het land geweest om over de rol van de Eerste Kamer te praten. Ik wil luisteren naar en praten met onze leden. Juist in de komende tijd wordt de rol van de Eerste Kamer meer politiek. De Eerste Kamer doet namelijk de laatste toetsing op elk beleid van de regering. De vraag ‘kan het en mag het wel’ is belangrijker dan ooit nu de gevolgen van het beleid van VVD, CDA en PVV zichtbaar worden. Groepen mensen, vaak de meer kwetsbaren en de mensen met lagere en middeninkomens, gaan het keihard merken. Zij betalen de rekening van de crisis. Uitsluiting op financieel, sociaal en cultureel gebied kunnen wij niet accepteren.

Dat was ook het sterke geluid dat ik bij de ledenbijeenkomst in Eindhoven duidelijk hoorde, maar ook bij de presentatie van de rode canon van de sociaal-democratie in Nieuwspoort en in mijn gesprekken met leden in Leeuwarden. De Eerste Kamerverkiezingen gaan over de vraag hoe solidair we nog zijn, en hoezeer we bestaanszekerheid en waardigheid voor iedereen zeker stellen. In Eindhoven sprak een jongen van 18 jaar, net lid geworden. Hij maakte zich zorgen over jeugd die ontspoort en buiten de boot valt als re-integratie op de arbeidsmarkt wordt afgebouwd, en als de jeugdzorg en het passend onderwijs worden gekort. Tegelijk gaf hij duidelijk aan dat het hem een doorn in het oog is dat sommige jonge criminelen nauwelijks gestraft worden en in de watten worden gelegd. Zijn hartekreet raakte mij. Het ging heel direct over solidariteit en rechtvaardigheid tegelijk. Het was de beste opmerking van de avond.

Laat niemand nog zeggen dat de jongere generaties niet snappen wat solidariteit en rechtvaardigheid betekenen. Laat niemand nog zeggen dat het daar vandaag de dag niet meer over gaat. Dáár gaan de verkiezingen in maart 2011 over!

Read full storyComments { 1 }

Geweldig!

Wow, wat geweldig zijn alle reacties op de bekendmaking van mijn kandidatuur. De afgelopen 24 uur heb ik (op 4 uur slapen na) bijna geheel besteed aan het lezen van alle sms’jes, tweets, mails en voice mail berichten. Daarnaast heb ik de Eerste Kamer in Den Haag nog met veel mensen gesproken over de rol van de Eerste Kamer in de komende periode. Die wordt politieker, maar de Senaat moet ook vooral zijn kerntaak goed uitvoeren: checken of de wetten van het kabinet wel door de beugel kunnen en goed gaan uitwerken. Ik noem dat de reality check! Die gaan we de komende tijd kritisch uitvoeren! Ik ben erg gemotiveerd om ervoor te gaan.

Het is echt geweldig dat er zulke leuke reacties komen. Dit is pas het begin, en het gaan mooie maanden worden. Op deze site houd ik iedereen op de hoogte van alle campagnenieuws! Thanks voor alle support!

Read full storyReageren uitgeschakeld

Het is zover!

Na veel nadenken de afgelopen zomer stel ik mij vanaf nu kandidaat voor het lijsttrekkerschap van de PvdA in de Eerste Kamer. Han Noten – mijn huidige fractievoorzitter – heeft aangegeven niet als lijsttrekker door te gaan. De afgelopen 7,5 jaar heb ik het niet alleen enorm naar mijn zin gehad in de Eerste Kamer, maar ook het gevoel dat ik een serieuze en belangrijke bijdrage heb kunnen leveren aan de wetgeving en het vertolken van het geluid van de PvdA. Vooral op de terreinen van de gezondheidszorg, milieu en binnenlandse zaken. Maar ook vanuit het fractiebestuur. Met veel enthousiasme wil ik me daar opnieuw voor inzetten, maar dan met een grote nieuwe uitdaging als lijsttrekker van het PvdA team. De PvdA is de partij die generaties verbindt en gezamenlijk maatschappelijke problemen aanpakt. Wij zetten mensen niet tegenover elkaar, maar werken samen over generaties een. We sluiten niet buiten op grond van geloof of geaardheid. Iedereen telt mee is ons motto, en dat is actueler dan ooit. In een tijd van enorme bezuinigingen door een (ultra)rechts kabinet dreigt kaalslag in de sociale voorzieningen. Groepen mensen raken daardoor buitengesloten. Daar vechten wij tegen. Ik ben enorm gemotiveerd om in de Eerste Kamer leiding te geven aan een fractie die als team dat geluid laat horen. Er is een stevig progressief alternatief! Het is tijd dat mijn generatie laat zien dat ze verantwoordelijkheid neemt. U mag van mij verwachten dat ik de problemen en ervaringen van burgers tot in de Eerste Kamer laat doorklinken en zoek naar eerlijke oplossingen. U kunt op mij rekenen!


Read full storyReageren uitgeschakeld